Auteur:
Marten de Vries
jaar: jaren 80
|
|  |
In
het bureau Warmoesstraat werd ik met een collega, ik weet écht
niet meer met wie, gestuurd naar de Herengracht. Daar zou een man op een
dak staan, die met een vuurwapen een bewoner van een zolderkamer had bedreigd.
Deze bewoner had in paniek de politie gebeld.
Met enige spoed probeerden wij ter plaatse te komen, maar onderweg werden
we tegengehouden door een ladende en lossende vrachtwagen. We zaten helemaal
vast. Achteruit konden we niet. Achter ons stond een rij auto's. Dus gelaten
wachtten we af tot de bestuurder van de vrachtwagen klaar was.
We hebben het bureau nog opgeroepen om te vertellen dat we vast zaten
en, voor ons gevoel, werd dat voor kennisgeving aangenomen.
Toen
de vrachtwagen vertrok, zijn we met gezwinde spoed naar het opgegeven
adres gegaan. Ter plaatse gekomen zagen we, tot onze verbazing, in de
deuropening van het opgegeven adres een groepslid, Henk C., met getrokken
pistool staan.
Er stonden al meer politieauto's. Ze waren eerder ter plaatse dan wij.
Er was een parkeerplaats vrij op de gracht, en, nadat we ons dienstvoertuig
geparkeerd hadden, stapte ik uit de auto en liep, het kan onnozelheid
geweest zijn, naar Henk toe.
"De Vries!! Liggen!!" hoorde ik de stem van mijn groepsbrigadier.
Allemachtig. Die was er ook al, terwijl ik de opdracht van hem had gekregen.
Toen ik om me heen keek zag ik verschillende collega's, ook van andere
politiedistricten, achter auto's liggen die langs de gracht stonden
geparkeerd. Schijnbaar had ik iets gemist.
Een ieder had zijn pistool getrokken en de loop van het vuurwapen was
gericht op het pand waar het om ging. Ik had nog steeds niet het gevoel
dat zich hier in de buurt een schietgraag persoon bevond, anders had
hij al lang geschoten, maar, na de kreet van mijn brigadier, ging ik
ook maar liggen achter een auto waar nog niemand achter lag. Ik moest
toch een beetje om mijn beoordeling denken.
Om nou op m'n rug te gaan liggen om enige slaap in te halen zou niet
al te best overkomen, vandaar dat ik ook maar mijn pistool trok en richtte
op de deuropening waar Henk stond.
Plotseling
verscheen er een huilende vrouw, die naar buiten liep en een kind op
haar arm droeg. Ze woonde op de onderste etage, had net uit het raam
gekeken en zag al die dienders liggen met getrokken pistool, gericht
op haar voordeur. Ze voelde zich uitermate bedreigd. Het leek wel oorlog
en al rennende maakte ze dat ze wegkwam. Enige deuren verderop belde
ze, al schreeuwend en huilend aan, werd binnengelaten bij de buren en
we hadden iemand een traumatische ervaring bezorgd.
Een
minuut later verscheen er een oude man met een wandelstok op de gracht.
Hij glipte door de afzetting heen en toen hij ter hoogte was van mijn
dekking boog hij zich over de motorkap van de auto waar ik achter lag,
keek met één dichtgeknepen oog in de loop van mijn pistool
en vroeg: "Is dat nou een echte?"
Ik heb hem gesommeerd om zo snel mogelijk te maken dat hij wegkwam.
Er
werd nog steeds niet geschoten.
En toen we daar enige tijd gelegen hadden, Henk was inmiddels uit de
deuropening verdwenen, liepen we met de brigadier en enige andere collega's
naar de deur van het pand en bestegen de trap van het gemeenschappelijk
trappenhuis. Toen we op de bovenste verdieping aankwamen werden we aangesproken
door de beller.
Hij was uitermate opgewonden en wees ons het raam waarvoor de potentiële
schutter gestaan zou moeten hebben. Nu zag dit raam inderdaad uit op
de daken van de naastliggende panden, maar van een, met een vuurwapen
zwaaiend, persoon was geen sprake. Het was ook niet mogelijk om vanaf
deze daken andere daken te bereiken, tenzij men de capaciteiten van
een kangaroe had. Het vermoeden was dan ook dat de man te diep in het
glaasje had gekeken, of dat er sprake was van het gebruik van een drug
die hallucinaties veroorzaakte.
Schijnbaar
is het niet mogelijk om bepaalde politieacties stil te houden. Inmiddels
stonden er de nodige persfotografen en journalisten voor de deur, die
gebrand waren op een sensationeel verslag.
Het ging mijn brigadier dan ook te ver om zonder arrestant het pand
te verlaten. In eerste instantie volledige paniek en om dan weg te gaan
met de mededeling dat er niets aan de hand was, zou een afgang betekenen.
Toen
we uiteindelijk de trap weer afgingen stond er een étage lager
een man in een deur, die nieuwsgierig vroeg wat er aan de hand was.
Vanuit zijn woning kwam een sterke hennepgeur, die erop wees dat er
in de laatste uren verschillende jointjes waren gerookt.
De brigadier kreeg een strenge streep om zijn mond en verklaarde dat
het hem niets aanging, maar dat hij graag even in zijn woning wilde
kijken. Gezien het gedoogbeleid in Amsterdam maakte de bewoner geen
bezwaar. Had hij dat maar wel gedaan, een huiszoekingbevel hadden we
niet, want op de salontafel in zijn woning werd een zakje marihuana
aangetroffen. Een overtreding van de Opiumwet.
"Je bent aangehouden", werd hem medegedeeld.
Toen
we beneden kwamen zoemden en flitsten de camera's.
"Moet dat nou?", protesteerde de arrestant.
De krant hebben we niet gehaald. Het bleek een "storm in een glas
water" te zijn.
De
verdachte werd wegens een "negatieve aanhouding" vrijgelaten
en
. op de Herengracht is er, tot nu toe, ongeveer 19 jaar later,
nog niemand beschoten door een man die over de daken loopt.
|