Auteur:
Theo Evers jaar: 1982 | Worteltjes |  |
Ik was
altijd een vroege aflosser. Zo kwam het voor dat ik op een zondagmorgen met
mijn maat de opdracht kreeg te gaan naar de van der Duijn van Maasdamstraat in
verband met een springer.
Wij dachten, jeetje, een zelfmoord op onze nuchtere
maag, maar ja, we beschouwden ons vak als een roeping en we gingen naar het opgegeven
adres.We
reden de hele van der Duijn van Maasdamstraat door en terug, maar er lag niemand
op straat. Wat hadden we een mazzel. Wij meldden hierop naar de Meldkamer:
"HB, het is een Lupper(zo noemden wij een valse melding), we gaan weer verder" Even
later moesten wij toch weer terug naar het adres, want de persoon zou op de binnenplaats
liggen. We kregen ook een huisnummer door. Nadat
wij daar aankwamen en aangebeld hadden, werden wij op de hoogste etage binnengelaten
door een huilende vrouw. Zij was de vriendin van de springer en al snikkend vertelde
zij ons wat er gebeurd was. Zij
woonden op de bovenste etage en hadden de zolderverdieping bij de woning getrokken. Op
de zolderverdieping bevond zich hun slaapkamer en een terras. Vlak
voor het incident bevond zij zich in de keuken en was bezig met het voorbereiden
van de maaltijd voor die dag. Wij zagen dat op het gasfornuis enkele pannen
stonden te pruttelen. In een van deze pannen zagen wij worteltjes liggen. Zij
vertelde dat haar vriend op dat moment iets onduidelijks tegen haar zei en dat
hij naar de zolderverdieping ging. Zij dacht dat hij zich ging aankleden, maar
enkele ogenblikken later suisde hij voor haar langs, langs het keukenraam naar
beneden. Op
haar aanwijzen keken wij uit een van de ramen. Wij zagen dat in de binnentuin
op de begane grond een man bewegingsloos lag. Snel gingen wij naar beneden en
in de tuin gekomen zagen wij dat het een hopeloos geval was. In zijn val was
de man met zijn hoofd tegen de dakrand van een schuurtje terechtgekomen en had
een vreselijke hoofdwond opgelopen. In ons bijzijn overleed de man enkele minuten
hierna. Naat
de man door de GG en GD was weggehaald, gingen wij terug naar zijn vriendin om
hun personalia te noteren. En
passant, doch onhoorbaar voor de vrouw, zei mijn collega tegen mij: "Ik snap
het wel, hij had zeker geen trek in worteltjes."
|